Bij ons op school zaten heel veel Tontjes, Pietjes, Girtjes, Kriesjes, Jantjes, Joskes, Fraaskes, Kiskes en Sjaokskes. Ze waren allemaal genoemd naar hun opa. Op de meisjesschool stikte het van de Mariannekes, Annies, Sjannekes, Elskes en Annelieskes. Zij waren genoemd naar hun oma. Als er ergens een kindje in Chaam werd geboren wist je eigenlijk al hoe het zou heten.
Door Berry van Oers
Verwarring
Zodoende hadden de Pietjes, Kiskes, Joskes, Mariannekes, Annies en Sjannekes in Chaam veel naamgenoten. Dat gaf verwarring. Om al die naamgenoten uit elkaar te houden noemden we ze naar hun beroep, haarkleur, karakter, buikomvang of afwijking, maar ook naar hun afkomst. “Van wie bende gij er ene?”, vroegen ze dan. Vanaf toen heette je ‘ene van d’n dieën’.
Handig
En inderdaad, want om Chamenaren met dezelfde namen uit elkaar te houden was het handig om ze naar hun vader of moeder te noemen. We gingen dan buurten bij Piet van Girte of Piet van Drikke, Kees van Fientjes of Kees van Janne, Jos van Hanne of Jos van Keeje, Bets van Prowe of Bets van Papaatjes, Jo van Stijne of Jo van Sjaone.
D’n Brouwer
“Ik hit naor òòze opa”, schepte Fraaske op. “Julliën opa hit toch Sus”, wist Tontje. “Fransuscus”, zei Fraaske. “Ik hit ok naor de vaoder van òòze vaoder”, vertelde Teke. “Da was toch d’n baos van de Avondster mit dieën grote snor”, vroeg Sjaokske. “Da klopt, ze noemden ‘m ok wel eens Kees mar hij hitte feilijk Theodorus, in Chaom beter bekend as d’n Brouwer”, legde Teke uit.
Jaon de Post
We kochten brood bij Jaon d’n Bakker en kregen brieven van Jaon de Post. Waar is de tijd gebleven dat Jaon Rechtop, die altijd kaarsrecht op de fiets zat, voorbij fietste en Jaoneke Taokel met zijn takelwagen door Chaam reed. We bestelden een mis bij Cor de Kuster en keken op tegen die andere Cor de V1.
Toon Fiets
Elke dinsdag van de maand kwam Piet van het Ziekenfonds langs. We kregen kranten van Piet de Kraant, gingen buurten bij Piet de Boeman en dan hadden we ook nog Pietje Puk. Bij opa in de stalkeuken schoven Dove Toon, Toon de Pomp en Toon Fiets aan. Die laatste Toon was op zondag samen met een ‘meske’ gaan fietsen. “Ik ben nie van de fiets gewiest!”, verzekerde Toon. Vanaf toen was zijn alternatieve achternaam ‘Fiets’.
D’n Blaauwe
Wie rood haar had noemden we d’n Blaauwe, wie blond was heette de Wiette en wie zwart haar had was de Kraai. Wie mank liep was de Kromme. Wie dik was noemden we d’n Bolle en wie alles op z’n gemak deed heette d’n Vlugge. De Spleet keek stiekem door het spleetje van de douches op het pannenfabriek. Afijn, dat werd toch gezegd. De Schèle loenste, de Platte Kale had geen haar en de Pruim won ooit een pot met pruimen.
Jan Klap
We kochten eieren bij Jan Aai. Het aantal Jannen spande trouwens de kroon. We hielden ze als volgt uit elkaar: Grote Jan, Kleine Jan, Jan d’n Taaie, Jan Petiek, Jan Frut, Jan Pap, Jan Hoed en Jan Klap. Als we Jan Klap op het gemeentehuis tegenkwamen riepen we ‘Jan!’ en klapten in onze handen. Jan had er maling aan. Hij trok zijn eigen plan.
Splinter
De Jantjes, Kiskes en Tontjes heten nu Splinter, Storm en Finn. De Mariannekes, Sjannekes en Correkes noemen we voortaan Bloem, Sterre en Vlinder. Allemaal heel mooi, maar die van mij heten Piet en Jef.