Bij het opruimen van de zolder troffen we onze oude draaitafel aan, een echte Zwitserse Lenco. “Tis unne piek-up”, zei ma. Wat draaiden we daar ooit veel plaatjes op grijs. Geweldig was zo’n platenspeler. Geen afstandsbediening, niks doorspoelen, niks skippen, maar gewoon ‘opzetten’ en naar muziek luisteren. Wat een genot!
Door Berry van Oers
Ceremonie
Zo’n plaatje opzetten was een hele ceremonie. Eerst pakten we onze platenkoffer, een harmonicamodel. Dan kozen we daarin een plaatje uit. Daarna haalden we de plaat uit de platenhoes en vervolgens uit de binnenhoes. Met een speciale borstel maakten we de plaat stofvrij. Dan legden we de plaat op de draaitafel met een driehoekje in het midden. De armlift werd gereed gezet als voorbereiding op het ‘moment suprême’ wanneer de diamantnaald aan de arm langzaam op de plaat landde en de muziek uit de luidsprekers knalde.
Stereo
Op een woensdagmiddag gingen we plaatjes draaien bij Adje. “Ik heb ne noewe piek-up”, zei hij. Het was er eentje met twee losse luidsprekers. “Det noemen ze ‘stereo’ en betekent dat het geluid van wierskaanten komt”, legde Adje uit. Wat waren we benieuwd naar dat nieuwerwetse apparaat. We stonden perplex. De pick-up klonk prachtig. “Net assof ge in een grote concertzaol zit”, zei Adje trots.
Lola
Op een zaterdag kochten we ons eerste singeltje, eentje van The Kinks, bij Van Leest in Breda aan de Eindstraat. Op de ene kant stond ‘Lola’ en aan de andere kant ‘Celluloid Heroes’. “Ge kunt daver beter langspeulplaoten kopen, want daor staon ommes veul meer liedjes op”, vertelde Girtje. Maar wij konden die dure langspeelplaten niet betalen.
Dertien
“Volgende week zen de langspeulplaoten in de reclaome”, vertelde Girtje. Dat was het moment van de aanschaf van onze allereerste langspeelplaat. “Det noemen ze een LP”, legde Girtje uit. ‘Alweer alle 13 goed’ stond er op de platenhoes, maar wij vonden alleen de juffrouw op de hoes goed.
Gouden plaat
Sjaokske bracht zijn plaatjes trots mee in de klas om onze ogen uit te steken. “Des niks”, riep Tontje. “Ik heb thuis gouwen plaoten”, schepte hij op. “Breng die dan merregen mar eens mee, want det geloof ik nie”, zei Sjaokske. Na school fietste Tontje even langs de Bredaseweg. “Om bij Drikke een potje goudverf te kopen”, verklapte hij later.
Koekoekswals
Tante Rietje luisterde altijd naar platen van accordeonmuziek. ‘Monicamuziek’, noemde ze dat. Ze had er een hele platenkoffer vol van met Schriebl & Hupperts, Bex Menten, John Woodhouse en de Kermisklanten. ‘De Koekoekswals’ was haar favoriet. “Koekoek koekoek, een vrouw in een mannenbroek. Tis raar maar waar, een man in een directoire”, zong Rietje mee. Soms luisterde ze er de hele dag naar. De buren dachten dan dat de plaat bleef hangen. De uitvaart van tante Rietje werd opgeluisterd door haar ‘monicamuziek’. Hoe mooi was dat!
Oorbellen
De plaatjes waren multifunctioneel inzetbaar. In het schuurtje bij ons achter op de ‘werft’ hadden wij ze als versiering aan het plafond gespijkerd. Pirke zeilde met zijn oude bekraste plaatjes over het water van de vijver bij de protestantse kerk. Jantje hield in de optocht van ‘Bonenpikkerslaand’ een LP voor zijn gezicht. ‘Ik heb een plaat voor mijn kop’, stond er op zijn rug. Maar Kriesje stal de show. Hij gebruikte de platen tijdens carnaval als oorbellen.