Pasgeleden liepen we een oude klasgenoot tegen het lijf. “Schilderde gullie nog wel ‘ns”, vroeg hij. Hij wist nog dat destijds de leraar ‘kunstzinnige vorming’ ons uitdaagde om te gaan schilderen. “Iedereen kan schilderen”, beweerde die leraar. Wat een feest! Het hoefde nergens meer op te lijken. Expressie van gevoelens, daar ging het om. En gevoelens hadden wij in die tijd volop.

Door Berry van Oers

Behang

Wij hielden van vrije expressie van stemmingen op het moment van de creatieve realisatie. We leefden onszelf dan uit met plakkaatverf op de achterkant van een rol behang. Met pa’s plamuurmes brachten we er een patroon in aan. “Geweldig, kubisme”, riep de leraar. Koske zette de hele rol behang vol met puntjes. “Geweldig, pointillisme”, riep de leraar. Kiske schilderde gekleurde vakjes op de achterkant. “Geweldig, Mondriaan”, riep de leraar.

Driepoot

Ons zelfvertrouwen vierde hoogtij. Door de reacties van de leraar waanden we onszelf echte kunstschilders. We gebruikten een oude hooidriepoot als schildersezel. Sjaokske schilderde dikwijls vissen. Die had je in alle maten en vormen dus dan was het zeker altijd goed. “Geweldig, thematische expressie”, riep de leraar dan. We exposeerden tijdens het weekend in het schuurtje bij ons achter op de ‘werft’. Gratis entree!

Houtskool

Surrealistische portretten van houtskool waren onze specialiteit. Dat ging al gauw rond en zo kwam het dat Henk uit Breda op een zaterdagmiddag bij ons aanklopte. Hij vroeg om een portret van hem te tekenen met houtskool. Hij wilde er zijn buurmeisje mee verrassen. Naderhand kwamen we Henk tegen bij een klassenreünie. Met het buurmeisje was het niets geworden. “Mar da laag nie aon het puttret mar aon ’t origineel”, had ze gezegd.

Huisje

Het einde van onze akker grensde aan een rustiek pandje. Wanneer pa aan het werk was op zijn akker trok de artistieke bewoonster meestal rond elf uur ‘s ochtends de aandacht. “Boer, boer, koffie, koffie”, riep ze dan met hoge stem in het hoog Nederlands. Pa sprong dan gehoorzaam over de sloot, zette zijn laarzen voor de deur en ging op zijn sokken binnen. Hij vertelde dat de stal van de vriendelijke dame helemaal vol met schilderijen hing.

Expositie

In ‘Ons Weekblad’ lazen we dat er in die stal een expositie was. Op een zaterdagmiddag fietsten we er naar toe. We werden hartelijk ontvangen door een man met lang breed uitstaand haar. “Ik ben kunstschilder”, vertelde hij ons en hij was heel vereerd dat wij als jonge autochtone Chamenaren naar zijn schilderijen kwamen kijken.

Derde prijs

Toen we vertelden dat we zelf ook schilderden, moesten we meteen onze kunstwerken thuis ophalen om ze te laten zien. Binnen een kwartier waren we terug met onze schilderstukken. “We wonnen er de derde prijs mee bij een wedstrijd”, vertelden we trots. “Dan deden er zeker maar drie mee”, grapte de kunstschilder. Niet lang daarna stopten we met schilderen.