Snoffeltjes, boerentuilen en paasbloemen.

Als kind al had ik een klein tuintje. Niet veel groter dan een paar vierkante meter. Daarin stonden wat plantjes die mijn moeder ’over’ had: snoffeltjes, boerentuilen, madeliefjes, pinksterbloemen en in het voorjaar bloeiden de kop-en-schotels, ofwel: paasbloemen. En soms groeiden er ook pisbloemen (maar die had ik liever niet). Al dat bloeiend spul trok natuurlijk allerlei beestjes aan: vlinders, bijtjes, vliegen en kevers. Ook kroop er van alles rond: spinnen, mieren, rupsen, slakken en pieren. Ik vroeg me toen al af: waar wonen die beestjes toch allemaal? Het moest daar wel een gezellige boel zijn met zoveel verschillende bewoners. Ik had er toen nog geen benul van dat je de meeste bodembewoners zelfs niet eens met het blote oog kon zien!

Pierenmanieren

Wat mij het meest tot de verbeelding sprak waren de wormen. Wij zeiden: “pierwormen”. Hoe meer wormen je in de bodem tegenkwam des te beter zou de grond zijn, werd me gezegd. Dus wilde je de grond verbeteren dan moest je ervoor zorgen dat de wormen genoeg te eten kregen in de vorm van compost, een dek van bladeren of andere mulch. Deed je dat niet dan bestond je tuin binnen de kortste keren uit klapzand! Ik herinner me dat ik eens per ongeluk zo’n worm doormidden stak en dat beide helften gewoon verder kropen. Ik dacht dat ieder stuk weer verder kon leven maar dat was natuurlijk niet waar. Het waren stuiptrekkingen net als bij een kip die zijn kop verloren is. Die spartelt ook nog even na. Bij wormen is het echter wél zo, dat zij een klein stukje van het achterlijf kunnen missen. Bij verlies ervan kunnen zij voortleven. Van katten wordt gezegd dat ze negen levens hebben, maar een worm heeft twee keer vijf, dus tien harten die ervoor zorgen dat het bloed door het lijf gepompt wordt. Vandaar ook dat ze een klein stukje van het achterlijf kunnen missen, maar liever niet natuurlijk! De wormen die je in de composthoop tegenkomt zijn van een andere soort dan de regenwormen in de grond. In Nederland leven zo’n 22 verschillende soorten. Ze houden allemaal van een enigszins vochtige omgeving en enkelen leven zelfs in het water. Maar de meesten hebben zuurstof nodig ook al ademen ze door de huid. Zij kunnen verdrinken. Dat is ook de reden waarom ze naar boven komen wanneer je met de voeten op de grond stampt. De wormen denken dat het regent en willen niet verdrinken of zij willen vluchten voor een naderende mol of ander gevaar in de bodem. Vogels en andere wormeneters maken daar dankbaar gebruik van! Wormen zijn hermafrodiet. Dat wil zeggen mannelijk én vrouwelijk. Zij moeten elkaar bevruchten. Eitjes worden in kluwen of ’cocons’ gelegd waaruit vaak slechts één wormpje kruipt. Het duurt 3 tot 6 maanden voordat ze volwassen zijn en zij kunnen met een beetje geluk zo’n 4 tot 8 jaar oud worden.

Nuttige beestjes

Wormen zijn zeer nuttig in onze tuin. Ze houden de bodem los door hun gangenstelsel en verteren veel materiaal dat zij omzetten in vruchtbare aarde. Je staat ervan versteld hoe snel een composthoop verandert van een berg ruw materiaal in een hoop fijne aarde welke we uitstekend in onze tuin kunnen gebruiken. Zelfs als potgrond is deze uitermate geschikt. Kortom: wat zouden we zonder deze bijzondere beestjes moeten beginnen? En dat geldt niet alleen voor de wormen, maar voor alles wat op en in de bodem leeft. We dienen er zuinig op te zijn. Laten we daar eens aan denken als we enthousiast in onze (volks-)tuin aan het werk gaan! De tijd van zaaien en planten is weer aangebroken dus geniet ervan en verwonder je over die prachtige natuur!

Ik wens iedereen dan ook een mooi voorjaar op de tuin. En heb je nog geen tuin: geen nood! Er staan nog enkele mooie volkstuintjes leeg. Die wachten op jou!

Info: 06 53419065 of: 06 44454665

https://volkstuinenalphen.nl

Corrie J.