De tijd gaat snel. Carnaval lijkt nog maar net voorbij en de narcissen in de berm aan de Bredaseweg staan alweer in volle bloei. Wij hadden vroeger ook zulke narcissen in onze hof staan. Ma noemde ze ‘paasbloemen’. “As de paosblommen bluuien kan de paoshoas nie wijd weg zijn”, zei pa dan.
Door Berry van Oers
Paashaas
Opa vertelde dat Pasen het startschot is voor de lente, voor nieuw leven, voor vruchtbaarheid. “En wie is er nie vies van en hèèt veul naokomelingen… n’n haos!”, zei opa. Hij wist alles. Op eerste Paasdag bleven we lang binnen ’s morgens om de paashaas niet af te schrikken. Ma had de poort op een kier gezet, want de paashaas ging het liefst meteen achterom naar onze hof om zijn paaseieren daar te verstoppen.
Paasei
Opa vertelde dat een ei, net als paasbloemen en de paashaas, ook een teken is van Pasen, de lente, nieuw leven en vruchtbaarheid. “Temienste agge ’t aai uitbruuit”, zei opa. Geel is de kleur van de lente en brengt geluk. Opa: “Aaieren hebben ne gèèle dooier. As ze uitkomen krijde gèèle pielekes en paosblommen zijn gèèl.” Zo was de cirkel rond, volgens opa.
Sloot
Bij ons achter het huis, waar nu de Blokkenweide is, was vroeger een brede sloot. In die sloot baadden we pootje, vingen we stekelbaarsjes, verstuurden we brieven per flessenpost en in de winter schaatsten we er. In het voorjaar groeiden er narcissen aan de kant van de sloot. “Det zen paosblommen”, wist Girtje. “Paoslillies”, zei de moeder van Stafke die uit ‘Bels’ kwam.
Hut
Vanuit de hut in de grote wilgenboom die vlakbij de sloot stond zagen we de narcissen in het voorjaar uit hun bol gaan om tot volle bloei te komen. Ze kondigden met hun geelwitte kleuren het einde van de donkere dagen, de lente en nieuw leven aan. Wanneer de narcissen in bloei stonden wisten we dat het bijna Pasen was. “Het feest van de Opstanding en nieuwe hoop”, leerde de pastoor ons. We keken er naar uit. Wat was het gezellig als we samen bij opa en oma paaseieren aten op Eerste Paasdag.
Boeket
Langs de slootkant plukte Girtje, die misdienaar was, een boeket narcissen. Onderweg naar school gaven we het boeket af bij de pastorie. Wat was de pastoorsmeid blij met de paasbloemen. “Nou is ’t pas echt Paosen mannen”, zei ze. De brave meid vertelde dat de geelwitte narcissen verwijzen naar de geelwitte vlag van de paus als hij zijn zegen voor de stad en de wereld, urbi et orbi, uitspreekt op het St. Pietersplein in Rome op Eerste Paasdag. We volgden die plechtigheid op de NTS-televisie.
Spiegelbeeld
Vanuit onze hut zagen we de narcissen zichzelf spiegelen in het water van de sloot. Ze leken te genieten van hun eigen spiegelbeeld. “Ze houwen veul van d’r eigen want ze kijken ommes nie veur niks d’n hèle tijd schuin naor benejen in het waoter naor d’r eigen”, zei Fraaske. Maar de liefde kwam maar van één kant.
Bloemen
“Bloemen houden van mensen”, was een populaire slogan in die tijd. Die liefde kwam wel van twee kanten, want veel vaders en moeders vernoemden hun dochters naar bloemen. Maar tussen alle Roosjes, Jasmijntjes, Irissen, Margrieten en Fleurs zat nooit iemand die naar een narcis was vernoemd. Behalve Koske als hij voor de zoveelste maal te laat thuis kwam. “Tis unne narcist”, zei ‘zullie’ Triske dan.