’Rookworsten moeten voortaan zonder rookaroma’s gemaakt worden, omdat die aroma’s mogelijk ongezond zijn!’ Met dit bericht werd het journaal vorige week dinsdag geopend, juist toen we van tafel kwamen met een bord boerenkoolstamp en een bijbehorende rookworst achter de kiezen.
Door Berry van Oers
‘Wosjes!’
We groeiden op met worst. In de ‘Chaomse Taol’ heet zo’n stuk langwerpig gehakt vlees een ‘wosje’. “Ik heb wosjes op m’n bosjes”, zong tante Rietje dan als het carnaval was. Ook pa hield van een ‘wosje’. Meestal stopten we als we naar opa in Galder reden even bij D’n Hector op de grens voor een ‘knakwosje’. Het was de enige snack die daar verkrijgbaar was. De frietmadam, met haar onafscheidelijke ‘witte’ schort, maakte de knakworsten vakkundig klaar op een tweepits gasstel in een pannetje met kokend water.
Worstendraaister
Als er bij opa in Chaam geslacht werd, zat ma daar de hele dag aan de keukentafel worsten te draaien met een speciaal machientje dat ze aan het tafelblad had geschroefd. Eerst maalde ze het afvalvlees tot gehakt. Daarna spande ze een varkensdarm op de tuit van het machientje en draaide die met de draaihendel vol met gemalen vlees. “Lekker veur bij de staamp of in schefkes op d’n botterham”, zei ze dan. Als de darm vol was bond ma de uiteinden in een knoop aan elkaar.
Clara
Vaak offerden we op dinsdag voor de Acht van Chaam een worst aan de heilige Clara in haar kapelletje in de Mariatuin van Meersel-Dreef om haar voorspraak voor goed weer. Toen we door de tuin terug liepen zagen we in de verte een pater wegsnellen in een scootmobiel. “En toch gaon we nie terug om te kijken of òòze worst er nog ligt”, zeiden we.
Kapelaan
De dag voor de Acht hadden we het altijd druk en het offeren van een worst moest er snel even tussendoor. Op een keer ging de kapelaan mee naar Meersel-Dreef om met ons de worst af te geven. “Mee de kappelaon erbij wor ’t zeker goei weer mee d’Aacht”, dachten we. We zaten op hete kolen, maar de kapelaan had alle tijd en hield halt bij elke statie in de Mariatuin op weg naar het kapelletje van Clara.
Schijnheilige
De kapelaan legde uit dat Clara in het latijn ‘helder’ betekent. Zodoende werd ze patrones van helder en goed weer. Op Clara’s voorspraak kan de lucht ‘opklaren’. De navolgsters van Clara, de zusters Clarissen, bedelden vroeger langs de deuren. De mensen gaven hen dan iets te eten mee waaronder vaak een worst. Bij Jantje thuis gingen ze nooit naar de kerk. Jantje geloofde nergens in. Toch offerde hij een worst bij Clara in Meersel-Dreef voor goed weer op zijn verjaardag. “De schijnheilige, het maag lijjen dat ’t d’n hele dag rengelt”, zei Kriesje dan.
Voetafdruk
Bij tante Nonneke in de kloostertuin stond een beeld van de heilige Clara. “De dieren moeten er voor sterven”, zei ze hoofdschuddend als er weer een worst bij het beeldje van Clara lag. Bent u ook van plan een worst te offeren bij de heilige Clara voor goed weer tijdens uw tuinfeestje of een festival? Verzin dan eens wat anders! Minder vlees eten is gezonder en je laat een kleinere ecologische voetafdruk achter. Offer in plaats van een worst eens eieren, kaas, appels, druiven, sinaasappels of desnoods kiwi’s. Tante Nonneke zal je dankbaar zijn.