Pinksteren komt er aan. “Pienksteren”, zeggen ze in Chaam. “De meesen van tegenworrig weten nie mir wa Pienksteren is”, klaagde ma dan. Opa stelde haar gerust. “Det wiessen we vruger ommes ok nie”, zei hij. “Des wel waore worre”, riep oma dan.

Door Berry van Oers

Oriënteringsrit

Tijdens Pinksteren was er in Chaam altijd een oriënteringsrit voor auto’s. De Chaamse ‘Pinksterrit’ stond wijd en zijd bekend. Ook wij deden daar een keer aan mee. Pa trok dan de ‘Peusio’ uit de garage om naar de start te rijden bij ‘Beverly Hills’ aan de Ulicotenseweg. Daar kregen we dan van Sjaok en Nillis van de organisatie een routekaart mee met allerlei cryptische aanwijzingen.

Colonne

Pa reed, wij zaten achterin en ma mocht de aanwijzingen voorlezen. In een lange colonne van ronkende auto’s reden we over de Chaamse dreven door de bossen. Ondanks dat het Pinksteren was werd er soms gevloekt in de Peusio als ma de aanwijzingen verkeerd begreep en we per abuis vroegtijdig afsloegen. Het was de eerste, tevens laatste maal, dat we meededen aan de fameuze Chaamse Pinksterrit.

Sinksenfoor

Later reden we rond Pinksteren met een groep Chamenaren naar de Pinksterkermis op de Gedempte Zuiderdokken in Antwerpen. De ‘Sinksenfoor’, noemen de Antwerpenaren hun kermis. Na enkele ritjes in de ‘Super Sjimmie’ verbleef het Chaamse gezelschap de verdere dag in een staminee aan de Luikstraat. Ondanks het zonnige Pinksterweer bleef het terras leeg. Echte Chaamse cafégangers zitten immers altijd binnen.

Raadsel

De kapelaan vroeg in de klas of wij wisten wat Pinksteren is. “Op twidde Pienksterdag hebben wij aatij unne familiedag”, zei Guusje. ”Wij hebben thuis een Pinksterke en det is unnen hond”, zei Sjaokske. Maar volgens de kapelaan had dat allemaal niets met Pinksteren te maken. Hij vertelde dat Pinksteren kwam omdat het Hemelvaartsdag was geweest. Dat klonk als een raadsel. “Ik zal ’t oew uitleggen”, zei de kapelaan.

Begin

De kapelaan vertelde dat we met Pinksteren het begin van de Kerk vieren: “Toen òòze Lieven Heer naor d’n hemel ging op Hemelvaortsdag bleven zijn volgelingen allèèn aachter. Mar d’n Lieven Heer hai gezèèt dasse niet bang hoefden te zijn want dattie d’n heilige Geest zo sturen om bij zullie te blijven om ze inspiraotie en kraacht te gèven.” Zo gingen ze samen verder. Anderen sloten aan. Momenteel zijn ze met meer dan 2,5 miljard en hun aantal groeit nog elke dag.

Pinksterduifjes

We prikten op een prikkussen Pinksterduifjes uit en hingen ze in de bomen. De kapelaan vertelde dat ze vroeger duiven in de kerk loslieten als teken dat de heilige Geest neerdaalt op de mensen. “De Pinksterduif is een teken van vrede”, beweerde de kapelaan. We vroegen ons af of de duivenmelkers in de stalkeuken bij opa dat wisten wanneer ze de Chaamse gemeentepolitiek bespraken.

Olie

Een ander symbool voor Pinksteren is olie. De kapelaan vertelde dat door olie alles soepel en gesmeerd loopt. Zonder olie zal een motor niet lang draaien. “En zoals olie werkt, werkt ook de Geest bij de mensen”, legde de kapelaan uit. We begrepen het niet precies, maar we voelden wel wat hij bedoelde.

Handje

“Op een mooie Pinksterdag”, zong Koske. “Det liedje staot in de top firtig”, zei hij. Koske kende het helemaal van buiten. Soms, zo rond Pinksteren, denk ik nog wel eens aan de laatste regel van dat liedje: “Ik wou dat ik nog één keer aan het handje van ma lopen kon, op een mooie Pinksterdag samen in de zon!” Maar dat kan niet meer.