De eerste zondag van juni is het altijd kermis in Chaam. Bij ons in de klas keken we er wekenlang naar uit. Wanneer het zover was, waren we van zondagmiddag tot dinsdagavond niet weg te slaan van de kermis. Het hoogtepunt was een ritje in de botsauto’s naast een ‘meske van de meskesschool’, terwijl ‘Mendocino’ uit de luidsprekers schalde.
Door Berry van Oers
‘Perdjesmeulen’
Wat was het spannend als de kermis in aantocht was. “De irste kermiswaoges zen er al”, riep Girtje dan op het schoolplein. Hij woonde vlak bij het kermisterrein. Na school gingen we met hem mee om naar het opbouwen van de kermis te kijken. Alles klopte nog. De man van de spectaculaire luchtschommels droeg zijn hoedje nog steeds. Ook de ‘perdjesmeulen’ van Frans Adriaansen uit Axel was er weer. We mochten meehelpen. Terwijl we de ‘perdjes’ vasthielden draaide Frans de bouten aan. Het leverde ons ‘de man’ maar liefst vijf vrijkaartjes voor vijf ritjes op.
Kermismuziek
Wij woonden naast café ‘De Veehandel’ in de Torenstraat. Wanneer het kermis was hielp ma soms mee achter het buffet terwijl pa de wacht hield. Hij had handen als kolenschoppen. De kermisklanten hielden daar graag rekening mee. Als we op bed lagen hoorden we de jukebox en in de verte de kermismuziek met ‘Little Ship’ van The Blue Diamonds en ‘Zwei kleine Italiener’ van Conny Froboess.
Kermisgeld
We spaarden ons wekelijkse zakgeld ‘traktement’ op voor de kermis. Koske deed dat niet. Hij kreeg altijd ‘kermisgeld’ van zijn suikeroompjes. “Die hebben ommes veul geld”, zei hij. Wij hadden ook van die suikeroompjes. Op zondag vierden ze kermis in ‘Bellevue’ met de ‘Majorcaband’ en op dinsdagavond sloten ze de kermis af in ‘Keizershof’ met ‘Daddy and his Vibrations’ uit Ulvenhout.
Vrijerspad
Tante Sjo vertelde dat ze vroeger ome Jaon op de kermis had leren kennen. Dat gold trouwens ook voor tante Kee en ome Sjef. In hun tijd was de kermis het moment dat de jongens hun kansen grepen op het vrijerspad. “Dan kwamen er ok veul jonge kèrels van aandere durrepen op de fiets naor de Chaomse kermis om een Chaoms meske uit te zuuken”, vertelde Sjo. De jongens kwamen niet om touwtje te trekken. Wel was de schiettent populair, want wie prijs schoot won een papieren roos. “En die kregen wij dan”, zei Sjo blozend.
Fiets
“Vruuger gingen we alle kermissen af”, zei ome Drik. Veel straten waren nog onverhard en zaten vol met kuilen. Toen er voor zijn huis een teerweg werd aangelegd kon Drik zijn geluk niet op. “Ge bent nou veul sneller in Ellecoten”, zei ome Drik. Hij sprong op de fiets en reed via Ulicoten over de Strumpt naar de kermis in Wortel om ‘het’ daar te proberen.
‘Lekstokken’
“Vruuger rejen de nefkes uit Chaom op de fiets langs d’n Ooievèèrsnest naor de kermis bij ome Jan in Gòòl”, vertelde ma. Ze brachten dan ‘lekstokken’ mee terug. De nichten mochten niet mee, behalve die ene keer toen het geen kermis was maar zilveren bruiloft van ome Jan in Goirle. Onderweg, en zeker op de terugweg, gebeurde er van alles. “Wa was det ne gezellige tijd”, zei ma. “Die komt nooit mir terug”, zei pa dan.
Kermisgasten
Opa kon smakelijk vertellen over zijn broer Marte die in Baarle-Nassau woonde. Marte was garagehouder en ruilde ooit met een kermisexploitant een auto voor een zweefmolen en ging ermee met zijn knecht op kermissen in de regio staan. Zo hadden ook wij ooit opeens een ‘kermisgast’ in de familie. Er werd van alles beweerd over ‘kermisgasten’. We lieten onze fantasie de vrije loop. Konden wij ook maar zo vrij leven en elke week in een kermiswagen ergens anders naar toe gaan!