Toen we bij opa in de stalkeuken zaten, vertelde hij vaak over hoe het er vroeger in Chaam aan toe ging. Ook ma vertelde graag over haar jonge jaren. En nu wij al een tijdje meedraaien betrappen we onszelf erop het ook steeds vaker over vroeger te hebben.

Door Berry van Oers

Pienantie

Vroeger was de mik nog niet gesneden, een boterham nog geen sandwich en beleg was ‘sesies’. Vroeger gingen we winkelen in de stad in plaats van ‘shoppen’ en was ‘stappen’ nog gewoon ‘uitgaan’. Voetballen heette ‘voebollen’ en dat deden we bij Klein-Amerika. Een voetbalshirt was een ‘voeboltruike’ en een penalty een ‘pienantie’. Wie niet wilde voetballen ging bij de ‘herremenie’.

Zondag

Het einde van de week was vroeger op zondag. Toen we niet meer op zaterdag naar school hoefden begon het einde van de week voortaan op zaterdag of eigenlijk al op vrijdagavond. Nu zijn er Chamenaren die elkaar al op donderdagavond een prettig einde van de week toewensen. “Fijn weekend”, zeggen ze dan op z’n Engels met Chaamse tongval.

Gulden

Vroeger was een euro nog een gulden. We spraken ‘Chaoms’ zonder accent. Koningsdag heette Koninginnedag en er was dan een aubade voor het gemeentehuis met de burgemeester. Mensen waren nog dames en heren. De stroom kwam van de PNEM, de krant van Piet en de post van Jaon van de PTT. We deden boodschappen bij de Végé en haalden vogeltjeszaad bij Jan Veeken.

Maauwers

Vroeger deden we niet aan doemdenken, maar reden we ‘mee de zwaore kèèr’. Wie piekerde ‘haj het in zunne kop’. Kritische Chamenaren noemden ze ‘maauwers’ en iemand met een eigen mening was ‘unne zekere’. De Acht van Chaam was nog acht kilometer lang. Wij woonden ‘achter de toren’ en later op d’n Berg. Een frietje haalden we bij Kriesje en ons eerste pilsje dronken we in de ‘Oomtibar’.

Achterom

De jongens zaten op de St. Aloysiusschool en de meisjes op de St. Jozefschool. Wie niet luisterde moest maar voelen. Sigaren voor opa kochten we in het winkeltje bij Net van Beijsterveldt. Op de pastorie naast de kerk woonde een echte pastoor met een Roomse boord. Iedereen kwam gewoon achterom bij ons thuis. “Pak mar ’n hout”, zei pa dan tegen de gasten.

Okkie Trooi

De burgemeester was, net als wij, in Chaam geboren. We stemden op Jan, Jaon of d’n dokter met het ‘Baols Kraantje’ als stemwijzer. Ma had geen vaatwasser maar een borstel en pa geen warmtepomp maar een kolenhok. We hadden één televisiezender en keken naar ‘Flip de Tovenaarsleerling’, ‘Rikkie en Slingertje’, ‘Oebele’ en ‘Okkie Trooi’. Pa keek naar ‘Rawhide’ en ma naar ‘Voor de vuist weg’.

Alverman

Vroeger was buitenspelen nog geen straf. Maar op woensdag stemden we af op ‘Den Bels’ en keken we naar ‘Johan en de Alverman’ en ‘Fabian van Fallada’ en op zondag naar ‘Kapitein Zeppos’. In de Dorpsstraat lagen nog ‘klienkers’. We gingen niet op vakantie maar naar het Putven. Ma had dezelfde achternaam als pa. Bier kwam van De Drie Hoefijzers, soep van California en pudding van Saroma.

Vruuger

“Vruuger was het veul gezelliger”, volgens steeds meer oude klasgenoten. Ze hebben het dan over de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. “Wa hebben we vruuger veul gelaachen”, vertelde ma altijd. Ze had het dan over de jaren vijftig van de vorige eeuw. Opa vond die jaren vijftig maar niks. “Vruuger hongen ze ommes veul meer aon mekaoren”, zei hij. Hij had het dan over de jaren twintig van de vorige eeuw. Opa’s vader, d’n ouwe Peer, zal toen in die jaren twintig ook wel gezegd hebben: “Vruuger was alles beter!”