De liefde voor ‘thuis’ zit al generaties lang in onze familie. Van opa erfden we een wandbord waar ‘eigen haard is goud waard’ in staat gegraveerd. Dat koperen bord uit 1921 hangt nu boven onze radiator. Het is nog steeds actueel en vat het ‘thuisgevoel’ treffend samen. “Oew huis is pas oew huis as het oewen thuis is”, leerde oma ons.
Door Berry van Oers
Delftsblauw
In de winter lagen we languit voor de warme kolenhaard en tuurden door de micaglaasjes naar de smeulende eierkolen. “Het is nergens beter als thuis”, zei oma altijd. Opa onderstreepte dat met een Delftsblauw bordje voor haar verjaardag met als opschrift ‘zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens!’ Er had net zo goed ‘oost west thuis best’ op kunnen staan. Dat bordje uit de jaren dertig hangt nu in onze keuken.
Samen
Pa was graag thuis, behalve als Chaam 1 thuis speelde. Dan ging hij bij Klein-Amerika even kijken. We gingen ook wel eens ver weg in de zomer, zoals naar de Tilburgse dierentuin of de Efteling in ‘Ketsheuvel’. Maar na enkele uren wilde ma dan alweer naar huis en moesten we mee terug. “Samen uit, samen thuis”, zei ze.
Welkom
Iedereen was welkom bij ons thuis. Ook dat hadden we van opa geleerd. In zijn eetkamer hing een bordje met de leus ‘werkman of bankier, iedereen is welkom hier!’ Dat bordje uit de jaren vijftig hangt nu bij onze voordeur. Elke week kwam Miena d’n Brouwer langs om de bestelling op te nemen. “Doe mar of ge thuis bent Miena”, zei ma dan. We bestelden dan bij Miena een fles rode en gele Exotalimonade en bij speciale gelegenheden ook een fles Champagnepils.
Spoetniek
Miena bleef altijd even buurten bij ons thuis om de laatste Chaamse nieuwtjes met ma uit te wisselen. “Tis veurt n’n aorige wèèreld”, concludeerde ze dan. Op een keer kwam Kriesje bij ons thuis langs. Hij zag de Exotaflessen van Miena op de keukentafel staan. Kriesje pakte een halve fles met Champagnepils en deed er suiker en koffiemelk bij. Het mengsel begon meteen te bruisen. “Det noemen ze unne Spoetniek”, legde Kriesje uit.
Koeike
Op maandagavond kwam Naontje altijd buurten bij ons thuis. Soms kwam Joefke langs. Meestal had hij dan al wat achter de kiezen. “Assie z’n haanden mar thuis houdt”, zei Naontje dan. De kapelaan kwam nog op huisbezoek. Als ma hem in de verte aan zag komen fietsen zei ze altijd: “Zeg mar da ’t goed gaot want aanders bleft ie ommes mar zitten!” Ook Louwke stopte wel eens bij ons thuis. “Is d’n baos thuis”, vroeg hij dan. Hij had nog wel een ‘koeike’ te koop.
Tweede thuis
Het schuurtje achter ons huis was onze ‘tweede thuis’. Ook Girtje, Tontje, Sjaokske, Fraaske, Kriesje, Joske, Wimke, Jantje en Kiske voelden zich daar thuis, vooral als er ‘meskes’ waren. Dan waren ze ‘nie touwen thuis’. We draaiden in het schuurtje ‘sjekskes’ uit builen van Samson. Marillewieske had dan een pakje ‘Belinda’ met een mentholsmaakje bij zich. “Dan bleft mennen aosem fries”, legde ze uit.
‘Op oew gemak’
“Op tijd thuis”, riep ma als we naar school gingen. Wanneer we terugkwamen was ze altijd thuis. Ma serveerde dan thee met melk en een plakje peperkoek er bij. Ze maakte het thuis gezellig. Vakantie vierden we thuis. Lekker een paar weken niet naar school, maar thuis. Thuis is zoveel meer dan een huis. “Thuis bende op oew gemak”, zei ma altijd. Bijna elke dag begint en eindigt thuis. Thuis, daar hoor je thuis.