November staat voor de deur. November is de maand van de chrysanten. Dan kocht ma altijd potten met chrysanten om tijdens Allerzielen op het kerkhof te zetten en wij mochten mee.

Door Berry van Oers

Allerzielen

Ma had een grote familie. Een aantal ervan lag op het kerkhof. Op 2 november wanneer het Allerzielen was, zette ma een pot met chrysanten op hun graf. Ma had speciale adresjes. Ze wist precies waar ze de mooiste chrysanten verkochten. “Nun sterreken blom die goed tegen de kou kan”, wist ma. En dat was nodig, want in november kon het ‘s nacht al flink vriezen in die tijd. “Agge ze nou wegzet bluuien ze veul kaans mee Kesmus nog”, beweerde ma.

Kleuren

Ma kocht chrysanten in allerlei kleuren. Ze vertelde dat bij een graf eigenlijk witte chrysanten horen. “Want wiet is ommes de kleur van lèven nao d’n dòòd”, legde ze uit. Ze kocht ook rode chrysanten. “Rooi is veur meesen waor ge veul van het gehowen”, zei ze. Maar ook gele chrysanten vond ma prachtig. “Gèèl is de kleur van ’t liecht, feillijk ’n sort kerske”, legde ze uit.

Prakkezeren

Op een keer kreeg Rietje een bosje chrysanten cadeau. Maar toen de gever vertrok smeet ze het boeket meteen in de vuilnisbak. “Ik mot ommes gin kerkhofblommen”, zei ze. Rond Allerzielen begon Koske altijd te ‘prakkezeren’ over de vergankelijkheid. Kriesje beurde hem dan op. “Veur d’n dòòd hoefde gin schrik te hebben omda ge die ommes toch nooit tegen komt, want as d’n dòòd er is dan bende gij er nie en as gij er bent dan is d’n dòòd er nie”, filosofeerde hij.

Pesjonkelen

Wanneer het Allerzielen was gingen we naar de kerk om voor onze overleden familieleden te bidden. “Veur het geval dasse in ‘t vaogevuur zitten”, zei ma. “Pesjonkelen’ noemde ma dat. Oma deed er ook aan mee. Telkens gingen ze de kerk in en dan weer uit om vervolgens weer terug naar binnen te gaan om te bidden voor de volgende overleden oom of tante. Zo kwam iedereen tijdens het ‘pesjonkelen’ aan de beurt.

Allerheiligen

De dag voor Allerzielen is het eerst op 1 november Allerheiligen. In Chaam hebben we onze eigen heiligen. De bekendsten zijn Antonius, de patroon van de oude parochie, en Cecilia waar de ‘herremennie’ naar vernoemd is. Na de nachtvorst van november aten we boerentoppenstamp. “Daor mot irst goed òver hennen gevroren hebben”, zei ma. Dat geldt trouwens ook voor spruiten. In november breide ma dassen van overgebleven bolletjes wol. We warmden onze handen aan een kop ‘poeicheclaode’ en als herfsttoetje serveerde ma stoofpeertjes met kaneel.

Herfstbladeren

In november wandelde pa met ons langs het Rondven, het Zwartven, het Langven en de Kruisvijver. Hij had daar als kind rondgewandeld en kende alle paadjes. Pa leerde ons dat er in november van meer te genieten valt dan alleen van chrysanten. “Kekt mar us naor de gekleurde blaoieren”, zei hij. In de lente groeien ze aan de bomen. In de zomer zijn ze op z’n mooist. Maar in de herfst vallen de bladeren er af om in de winter te verdorren. “Zo gaoget ok mee ne mees”, vertelde pa terwijl we door de afgevallen herfstbladeren slenterden. Maar hoe zit het dan in de tropen waar het altijd zomer is? “Blefde daor dan aaltij mar deurlèven”, vroeg Koske zich af.

Halloween

In november is het druk want dan is het, naast Allerheiligen en Allerzielen, ook ‘Hubkesdag’ en vieren we ‘Sint Maarten’ en ‘Elfde van den Elfde’. Afgelopen week kochten we drie potten met chrysanten voor op het graf van pa en ma, zoals ze het ons geleerd hadden. In de bloemenwinkel hingen spoken en skeletten van plastic aan het plafond. “It’s Halloween”, zei een moeder op z’n Engels met Chaamse tongval. “Trick or Treat”, riep haar geschminkte kleuter. Ooit hadden we in Chaam genoeg aan onze eigen tradities en hadden we geen geïmporteerde feestjes nodig. Geniet van de chrysanten ma!