Op vrijdag 22 november is het ‘de dag van de muzikant’. In Chaam lopen er veel muzikanten rond. Je herkent ze meteen. Muzikanten hebben passie en levensmoed. Ze zijn nooit alleen. Zelfs als ze alles kwijt zijn, hebben ze altijd nog hun muziek. Ook in onze familie hadden we muzikanten.
Door Berry van Oers
Trekkast
Ome Jos kon jodelen. Hij speelde ooit in het Chaamse orkestje de ‘Jokobens’, samen met zijn maten Koos en Ben. Later trouwde hij met tante Trees. Tante Trees kon accordeon spelen. Elke keer als we bij haar op bezoek waren hoopten we dat ze de trekkast tevoorschijn haalde. “Allee Triske, spult er noggus intje op oewen monica”, zei ma dan.
Opkamertje
Ome Toontje speelde ook accordeon, zo eentje met een pianoklavier. ‘La Paloma’ was het lievelingsdeuntje van ome Toontje, tevens duivenmelker. Op warme zomeravonden, wanneer heel de buurt buiten zat, hoorden we hem oefenen thuis bij oma op het ‘opkamertje’. Naast ‘La Paloma’ stonden de ‘Sneeuwwals’ en de ’Zuiderzeeballade’ op de lessenaar van ome Toontje. Aan de andere kant van de beek luisterde Koske van Kuijk dan mee, maar ook Anna van Sjeffe en Han van Susse van de overkant genoten van de accordeonklanken.
Mondmuziek
Opa in Galder kon goed mondharmonica spelen. ‘Mondmuziek’ zeiden wij daar tegen. Hij speelde in akkoorden, terwijl hij met zijn tong de bas aangaf. “Des tongslag”, legde hij uit. Op zijn zilveren huwelijksfeest trad opa zelf op, terwijl hij boven op de tafel in de voorkamer stond. Tussendoor zong hij erbij: “Ouwe taaie, jippie jippie jee hee hee, ouwe taaie jippie jippie hee!”
Teeravond
Op 22 november is het de feestdag van de Heilige Cecilia van Rome. Ze is de patrones van muzikanten en zangers. Ze wordt vaak afgebeeld met een harpje, hetzelfde harpje als in het logo van de Chaamse harmonie die zichzelf heeft vernoemd naar Cecilia. De harmonie organiseerde ooit jaarlijks rond 22 november een donateursactie en een teeravond. “We gaon tèren”, zeiden de Cecilianen dan.
Menu
Het teermenu bestond uit stamppot, gebakken spek of rolpens met uien. Later stapten de muzikanten over op lichtere kost zoals heldere soep, frietjes met een kippenpoot en stoofpeertjes in siroop na. De pastoor bad voor het aan tafel gaan: “God gaf ons muziek zodat we kunnen bidden zonder woorden. Sancta Caecilia ora pro nobis!” Nu teren de Chaamse Cecilianen al lang niet meer. Wel is er rond 22 november nog steeds een donateursactie.
Reddingswerkers
Onze ome Sjef speelde bastuba bij St. Joris. Na de repetitie in ‘Dorpszicht’ nam hij altijd nog een paar borreltjes. Als het innemen uitliep brachten zijn muziekmaten ome Sjef naar huis. Daar redden ze hem door plechtig te verklaren dat de dirigent weer eens langer was doorgegaan met repeteren. “Zal wel zijn”, zei tante Kee dan tegen de ‘reddingswerkers’, terwijl ze toch nog een afzakkertje voor hen inschonk.
“Twee aovetjes!“
Op dinsdagavonden zie je Chaamse muzikanten na de repetitie van de harmonie met hun instrumentenkoffers naar huis wandelen. Sommigen al meer dan een halve eeuw lang. “Hoe lang nog”, zullen ze zich afvragen. Ome Sjef vroeg zich dat eigenlijk nooit af. “Ge bent ommes nooit te oud om mezziek te maoken”, was zijn motto. Hij was ook nog bij de blaaskapel. “Twee aovetjes in de wèèk rippeteren, des toch nie te veul zeker!”, zei ome Sjef.