Half november viel er sneeuw in Chaam. We moesten krabben, maar een paar dagen later was het alweer achttien graden in de plus. De wisselvalligheid van het weer is wellicht het meest besproken onderwerp in Chaam. Gespreksstof is er genoeg. De zon schijnt of het is bewolkt, het kan vriezen of dooien, het is koud of warm, droog of nat, windstil of het waait.

Door Berry van Oers

Buurten

“Als het sneeuwt in november, krijgen we ijs in december”, zeiden ze vroeger in Chaam. Zo’n weerpraatje is trouwens uitermate geschikt om een gesprek te beginnen. “Goei weer vandaog hee”, riep Toke bij ons in de straat als ze de oprit aan het vegen was. “As het merregen ok mar zo is”, riep de overbuurvrouw verderop terug. “Motte erreges hennen dan”, vroeg Toke terwijl ze de straat overstak. Een paar uur later waren ze nog aan het buurten.

Noodweer

Het liefst luisterde opa naar de weerpraatjes van Armand Pien op de Vlaamse televisie. “Een herfst zonder stormen is als een vrouw zonder vormen”, legde Pien uit. “De zot”, riep oma dan. In de hooitijd volgde opa de Vlaamse weerman blindelings. “Efkes naor ’t Pieneke lusteren”, zei hij dan. “Is in juli de ochtend rood, dan is ‘s avonds het weer in nood”, voorspelde Pien. Dan keek opa in alle vroegte naar de rode hemel en haalde het hooi met paard en wagen op om het voor het losbarsten van het noodweer in de schuur te tassen. Vaak was het niet meer dan een storm in een glas water.

“Goeiemorregen”

Wij luisterden lange tijd op Omroep Brabant naar de weerpraatjes van Johan Verschuren uit Aarle-Rixtel. “Goeiemorregen”, zei Johan altijd als hij aan de lijn kwam in het radioprogramma ‘Echt Ewald’. Hij gaf dan voorspellingen voor alle hoeken van Noord-Brabant, van Steenbergen tot Vierlingsbeek en van Werkendam tot Ulicoten. “Als de specht lacht, wordt er regen verwacht”, zei Johan. Dan kon je maar het beste een paraplu meenemen of thuisblijven anders kwam je van de regen in de drup.

Houdoe

Ma was fan van weerman Jan Pelleboer uit Paterswolde. Wekelijks voorspelde hij het weer bij de TROS. “Plonst en duikelt eend en gans, dan is er regenkans”, rijmde Pelleboer met hoge stem op zijn Gronings. Wij hielden het bij Piet Paulusma. Die stond soms in de regen om te vertellen dat er na regen zonneschijn komt. “Oatmoan”, zei Piet tot slot in het Fries. Wij hielden het bij ‘houdoe’.

Wolken

“Lieve Heertje geef mooi weertje, geef een mooie dag dat het zonnetje schijnen mag”, leerden we van juffrouw Frank op de kleuterschool aan de Gilzeweg. Ome Jaon bad niet mee, maar tuurde naar de wolken boven Chaam. “Zen ze donkergrijs, dan is er ‘rengel’ op komst”, voorspelde hij. Leken de wolken op torens, dan kwam er storm. Was het onbewolkt, dan scheen de zon.

Barometer

Ome Mart ging altijd op de dieren af. Als de ‘kienkpuiten’ kwaken dan kun je rekenen op regen. Als de hond zich onder de sofa verstopt is er onweer op komst. Ome Piet hield het bij mastappels. Als die dichtgaan, dan kun je maar beter binnen blijven. Tante Sjo had haar eigen ingebouwde barometer. Ze voelde aan haar gewrichten of we een droge of natte tijd tegemoet gingen.

Dilemma’s

Wisselvallig weer stelt ons voortdurend voor dilemma’s. Nemen we een paraplu mee of zonnebrandcrème? Vieren we onze verjaardag in de tuin of doen we het maar beter binnen? Gaan we zeilen of ballonvaren? Gaan we op pad of blijven we thuis? En als we gaan, laten we dan de ramen open of doen we ze dicht? Trekken we een jas aan of gaan we zonder? Nemen we de auto of de fiets? Zijn we chagrijnig of niet?