December was bij ons thuis de maand van de zelfgebreide truien. Ma breide ze in allerlei kleuren, maten en soorten, variërend van coltruien, slobbertruien tot kersttruien. ‘Braaien’ zeiden ze in Chaam. Insteken, omslaan, doorhalen, af laten gaan. “Himmaol zelf gebraaid”, zei ma dan.

Door Berry van Oers

Patronen

Zodra de bladeren aan de bomen verkleurden fietste ma naar ‘Baol’ om daar bij Martens knotten wol te kopen. De breipatronen haalde ze uit de breiboeken van ‘3 Suisses’. Ook ruilde ma patronen met Leentje. Die was niet getrouwd en had veel tijd om te breien. Insteken, omslaan, doorhalen, af laten gaan. Leentje was eigenlijk meer een oude breister dan een oude vrijster.

Strak

Sjanneke droeg nooit zelfgebreide truien. Dat vond ze niet hip. “Ik heb een lekker strak truike gekocht bij Raming in de stad”, lonkte Sjanneke dan. Maar wij zworen bij de zelfgebreide truien van ma. Haar truien waren lekker warm en zacht zoals een dekentje. Insteken, omslaan, doorhalen, af laten gaan. Als ma aan het breien sloeg was het gezellig en kon niets ons nog gebeuren.

Slobbertrui

Ook Kriesje droeg graag zelfgebreide truien. Hij hield van slobbertruien. Die pasten goed bij zijn ‘floeren’ broek. Bovendien kon je met zo’n slobbertrui jaren vooruit. Ze bleven altijd passen. Insteken, omslaan, doorhalen, af laten gaan. Sjanneke vond slobbertruien afschuwelijk. Op een keer droeg ze er zelf eentje. Maar Sjanneke noemde haar slobbertrui een ‘oversized sweater’.

‘Braaiclub’

Toke was bij de ‘braaiclub’. Ma vond dat niks. Ze breide liever alleen. “Dan kun d’r ommes mee uitschaaien wanneer ge wult”, legde ze uit. Rietje was een snelbreister en leverde jaarlijks tientallen truien af bij de ‘welfare’ voor het goede doel. Insteken, omslaan, doorhalen, af laten gaan. Rietje breide zichzelf rechtstreeks de hemel in.

Gerstekorrelsteek

Ma kende alle breisteken, van de rechte steek, de dassteek, de ribbelsteek, de rijstkorrelsteek tot de kabelsteek. Insteken, omslaan, doorhalen, af laten gaan. Op een keer had ma een trui met de gerstekorrelsteek gebreid. Trots gingen we er mee naar school. Koske lachte ons uit. Hij droeg altijd een spencer omdat zijn moeder geen mouwen kon breien. Bovendien liet ze steken vallen. Ma nooit.

‘Braainolden’

Ma had dikke, dunne, lange en korte breinaalden van aluminium, plastic, hout en ijzer. Ze bewaarde ze in een speciale koker. Ma wist hoe ze mee ‘braainolden’ om moest gaan. Ze stak de naalden onder haar oksel om ze op hun plaats te houden. Uiteindelijk wist ze alles rond te breien. “Efkes gaauw een stukske braaien”, zei ze dan terwijl ze naar ‘Stiefbeen en Zoon’ keek. Behalve wanneer ‘Peyton Place’ op televisie kwam, want dan stopte ma met breien.

Stress

Ma wist niet wat stress was. Dat kwam door het breien. Insteken, omslaan, doorhalen, af laten gaan. Ontelbare keren. Het werkte ontspannend, zoals yoga. Maar van de ene op de andere dag breide ma er een eind aan. “Kopt vurt mar een trui in de wienkel”, zei ze. Bij ons thuis in de kast liggen er nu nog steeds een paar van die zelfgebreide truien van ma. Doorleefde Chaamse truien die veel hebben meegemaakt. Erfgoed eigenlijk.