Met zes Alfse semmelèèrs in de semmelton en één ‘bonus’ op het toneel maakte Carnavalsvereniging de Struivenbakkers de tonpraottraditie ook in 2025 weer helemaal waar. “De mooiste dag van carnaval”, zo noemde Prins Bart d’n Twidde, die zelf ook regelmatig in de ton stond, het tweedaagse evenement. De semmelèèrs zorgden in twee bomvolle zalen voor een knallende start van carnaval 2025! Een hele middag semmelen is natuurlijk niet in één artikel te vangen; daarom hierbij een korte bloemlezing.
Door Luc van Hoek
John Monden
Na een ‘niets verhullende’ introductie en tegelijk mooie bonusoptreden door Julia van Gorp was het John Monden die zondagmiddag de volle zaal meteen ‘aan’ deed staan. John is ervaren en heeft al verschillende keren met succes in de semmelton gestaan. ”Bij het UWV was het eigenlijk net als alle andere jaren. Ze hadden een paar van die standaardvragen, zoals: wat zijn je passies? Nou, mijn passies zijn muziek. Op vrijdag luister ik muziek, op zaterdag draai ik muziek, op zondag kijk ik naar muziek en op maandag meld ik me ziek. Ze vroegen ook nog of ik zelf nog ideeën had om mij aan het werk te krijgen. Ik zou wel vulkaan willen worden, dan ga ik op mijn rug liggen roken en jullie zeggen dat ik werk. Op de terugweg was het hartstikke druk in de bus, zo druk dat ik maar amper kon staan. We zijn nog maar net goed en wel op pad of ik voel al een beetje kramp in mijn buik opkomen. Hoewel ik het al een heel eind op had proberen te houden, ontsnapte er toch een heel klein zacht scheetje aan mijn bibbes. En dan zo een die niet iedereen over de longen pakt zeg maar. Een vrouw naast mij kijkt me heel kwaad aan en zeg: “vind je dat normaal? Er zijn nog meer mensen in de bus hoor….” Ik zeg: “ja, maar ik kan toch echt niet voor iedereen een scheet laten…” Onze Wesley appte: ”Papa, kan ik vanavond je grote zaklamp lenen?“ Waarvoor …? ”We willen vanavond naar Het Zand om een beetje met de meiden te dollen ….“ “Daar hadden wij vroeger anders helemaal geen zaklamp voor nodig!“ ”Ja pa, dat kun je aan ons moeder wel zien….”
Marcel Jochems
Voor de tweede keer in de ton, nu als André Lon, de kapper. Marcel kan nog stappen maken door het verminderen van het tempo en de betere verstaanbaarheid van zijn semmel. “Ik heb een broer, onze Ton: Ton Deuze”. Mijn eerste klant kende ik niet. “Bende gij soms Mark de Vuijst? Nee, dat ben ik altijd.” Het is trouwens wel fijn natuurlijk, een dokter in de familie. Want ik heb het afgelopen jaar flink gesukkeld met mijne gezondheid. In februari heb ik voor de vijfde keer een Corona vaccinatie gehaald bij de GGD. Ik rijd naar buiten, op een gegeven moment wordt het allemaal wazig en ik zag het allemaal dubbel. Ik denk dat is niet goed. Ik ben teruggereden naar de GGD en daar hebben ze me hartstikke goed geholpen. Want ze hadden mijn bril gevonden….”
Patrick Stevens
Patrick was nieuwkomer in de semmelton, als opvolger van echtgenote Maaike. Hij had de zaal meteen in zijn grip als ruige Happy Warrior. “Ik ben pas gescheiden, het ging nie meer. Ik weet: het ligt niet altijd alleen maar aan de vrouw. Toch? Het ligt ook vaak aan de m…. ma... mama van de vrouw! Mijn schoonmoeder is zo’n vrouw die geen ondergoed draagt omdat ze dan nog meer grip heeft op d’ren bezem. Ze is zo angstaanjagend lelijk dat als zij het spookhuis inloopt, dat ze er uitkomt met een salarisstrook en een vast contract.”
Uiteindelijk heb ik de ultieme test thuis gedaan: ik was benieuwd wie er meer van mij hield: die van mijn of d’n hond. En om dat te testen heb ik ze allebei eens in de kofferbak opgesloten en na een uur eruit gelaten. Meugde gullie raaien wie van de twee blij was om mijn te zien! Ik kwaam lest ok langs het gemintehuis. Bij het gemintehuis schuift de deur open, en komt Ton Berben enigszins verward buiten rennen. Ik zeg: hé Ton, gij nog hier, op deze tijd? Ge kunt wel zien dagge nog in oe inwerkperiode zit! Waarop hij zegt, ja…., en me dan al verslaopen!
Daniël Lanslots
Daniël kwam op als Sjakie Daniëls (“niet te verwarren met mijn tweelingbroer uit Amerika, Jack Daniëls”) Ik ben alcoholist: als ik de slijterij binnen wandelde en ze vroege: heeft u hulp nodig, zei ik altijd: ze zegge van wel, maar dees is goeiekoper. Die van mèn van toen, vond dè ik drankproblemen had. Ik zeg: helemaal nie! Want zolang ik drank heb, is er geen probleem… Zee ze: maar alcohol is gevaarlijk. Nè… die thee van oe, die is pas gevaarlijk. Lest waarde gij naar zo’n migraine party gewist, heel de avond thee ligge lurpe. Ik heb toen in de kroeg net zo lang, veul meer bier staan drinken, maar toen ik thuis kwam waarde gij nie te harden en ik waar kaai rustig. Ik was lest bij dun dokter. Hij zegt: Sjakie, ut gaoi nie goed mee jou, ge hèt waoter achter de longen. Ik zeg waoter? Dokter dè minde nie. Ik leef een leven vol whisky, bier, wijn, gin tonic, wel wodka, schrobbel en strôh 80 en gij zegt dèt der water zit? Dè moet dan bij ‘t taandepoetsen gebeurd zèn… We hebbe in Alphen eindelijk weer een kpj: katholieke plattelands jongere, of ja met Bart Klaassen als vurzitter had het ook de BPJ kunnen heten, boedistische platteland jongeren. En geloof het of nie, Toch heej Klaassen ook wel wa weg van onze Jezus. Jezus veranderde water in wijn, en telkens als ik bij Bart aan de bar een water bestel, komt ie ok terug met alcohol.”
Jan Oomen
Jan, inmiddels ook een ervaren semmelèèr, kwam in vol ornaat, in de vrouwelijke gedaante van miss Bee Bee, ofwel Bonnie Bebbel. Met een krachtige semmel wond ‘zij’ het publiek rond haar vinger. “t was hier druk. Het zuuken noar een parkeerplaots is net as daten: de besten zèn bezet…” Bonnie kon snel douchen: “en ik kan me heel sexy afdrogen, zelfs m’n handdoek wordt er nat van.” En menne mees: och in die tijd was zijn lichaam er nog eentje van de sportschool en vond hij zichzelf een Griekse God…Nou is het meer een mix van een kebabzaak en de Gall en Gall….En ik heb hem uitgelegd dè Boeddha nie Grieks is… Maar let op vrouwen, mannen zijn net reclamefolders: ze bestoken oe eerst mee aanbiedingen tot ge interesse hebt en dan… is ineens de actie voorbij! En vrouwen let op: as ge een man tegenkomt mee glinsterende ogen, en een heet lijf…. AFBLIJVEN…. die hee de griep! En daarom héé onze lieve heer de bevalling aon ons vrouwen gegeven. Zo dè wij het ook eens kunnen voelen hoe het is as de mannen de griep hebben….Ik heb trouwens lest ok wè gewonnen mee een loterij: een reis vur twee personen naor de Bahama’s. En ik moest meteen aon jou denken Prins Bart…: wilde gij bij mèn de plantjes water komen geven als ik weg ben?”
Noortje de Bruijn
Noortje knalde vanaf het begin als Dingske van de Dop. “Ik zit nou in de bijstand, en dan motte elke week un sollicitaotie eruit doen. En dè doe ik dan ok kaai fanatiek he, mar echt lukke doegetnie. M’n irste sollicitatie was bij d’n slager. Zo Dingske, zee Timo, wat trekt je zo aan bij dit werk? Nou gewoon zee ik, un jurkske of een rokske?! Sweeks loater mocht ik op gesprek komen bij Vromans. Dingske, zee Vian, tis wel zo da ge hier gin 9 tot 5 mentaliteit moet hebben! Da’s mooi zee ik, want om een uur of 10 beginnen tot een uurke of 4 vind ik ok mooi zat.” Ik solliciteerde ok bij schilder Erik Stuijk. Op men proefdag gingen we wa huiskes schilderen in de nieuwe wijk van Alphen, bij ut CPO-project. Wiste gullie dè daor HALAL huiskes zèn? Agge de voordeur opendoet hedde de hal al…” Munne vent, dè is er ok enen: Schat zee ik lest, vinde gij men eik knap? Kersenpitje, zee tie; ik vind jou mooi in balans. Oh des fèèn zee ik, da gij men in balans vindt. Nee, zee tie, ik vind oe eik gewoon knap lilluk. Jèè, tactisch is ie wel, die van ons. Lest stonde we op t punt te goan sloapen, dus ik doe m’nne bril af; Schat zittie, gij bent eik veel knapper zonder bril. Dankje zee ik, gij ok als ik gin bril op heb… Toen zaag ik ’t niet meer zitte. Dus wè denkte, ik ben is noar de waarzegster geweest. Ik kom doar oan, klop op de deur. Roept er iemand ‘’Wie is daar’’? Jah…, dan hoeft ut van mèn al nie meer hee!”. Een tèdje terug zèn we is un weekendje weg gewist. Kersenpitje zee munne vent; ut valt mèn wel op dè ik meer bekèèks heb as gij. Ik heb al veul vrouwkes zien laache noar mèn, en naar jou heb ik nog ginne ene mees zien laache. Nee zee ik, mar dè snap ik wel. Toen ik jou vur ‘t irst zaag moest ik ok m’nne laach inhouwe. Vurrig weekend stelde die van ons nog vur om wir is iets leuks te goan doen. Oh zee ik, dè lekt me nou toch wirris fèèn. Mar, as gij eerder thuis bent dan mèn, lotte dan ut licht in de gang oan?”
Oppersemmeleer
Zowel op zaterdagavond als op zondagmiddag wees het publiek Noortje de Bruijn als Dingske van de Dop aan als de winnaar. Prins Bart: “daarmee is natuurlijk ook duidelijk wie de titel van Oppersemmeleer 2025 heeft veroverd: Noortje de Bruijn!” Met de semmelavond en -middag heeft Struiveland een vliegende start gemaakt naar een boordevol carnavalsprogramma!