Goed op tijd waren we in de kerk om de nodige stoelen klaar te zetten voor de muzikanten van St. Remi. Wij waren blij dat de Grenszuukers aan de touwtjes hadden getrokken bij diaken Fennema zodat hij de kerk aangenaam warm had gestookt.

Wij zaten er klaar voor en de diaken gaf het startsein van achter uit de kerk waar hij Prins Lodewijk d’n Anderhalve en gevolg begeleidde naar het altaar. Intussen speelden wij heel toepasselijk ‘Het leven is goed in het Brabantse land’. De toon was gezet en de stemming zat er meteen in. Alaaf!

Diaken Fennema had de burgemeesters gezien in de kerk en gaf aan dat ook zij deze dagen – net als hijzelf – even de touwtjes uit handen moeten geven.

Na de begroeting en het kruisteken heette Jeugdprinses Eline iedereen welkom in een goed gevulde kerk, diaken Fennema zal best wel een beetje jaloers zijn geweest?!

Het was dan wel een Heilige Mis, maar met volop vrolijke noten van St. Remi. Wie kent ‘m nog? ‘Het kleine café aan de haven’, een klassieker met goede tekst, want ‘daar is iedereen gelijk en tevree’. Dat klinkt natuurlijk heel anders dan ‘ik moet zuipe’.

‘Bella Ciao’ heeft een beetje van beide: het begint heel traag om dan lekker op gang te komen. Ook met ‘Spidi Gonzales’ zat het tempo er goed in en ging het dak er bijna af.

‘Thuis heb ik nog een ansichtkaart’

Prins Lodewijk d’n Anderhalve deed een preek waarbij ik dikwijls terug dacht aan ‘Het dorp’ van Wim Sonneveld. Hij haalde herinneringen op hoe hij hier een halve eeuw geleden bijna iedere week te vinden was. De herinneringen aan de houten banken, de kruisweg, het altaar. Er was in die 50 jaar weinig verandert. Hij was toen ook jeugdprins Lowieke en mocht vlak voor het altaar plaats nemen, wat was zijn moeder trots, ze vertelde het tegen al haar vriendinnen. En zoals prins Lodewijk het zei, is hij zelf ook enorm trots op zijn ouders.

Ook zo’n 50 jaar geleden zong hij in het jeugdkoor onder leiding van broeder Rafaël.

Jaren later tijdens een mis wilde prins Lodewijk te vroeg de kerk verlaten en hem werd gezegd: ‘niet voor het zingen de kerk uit!’. Ik wist niet dat je een glimlach kon horen, maar volgens mij hoorde ik door heel de kerk een glimlach.

Prins Lodewijk eindigde zijn preek met de hoop dat we volgend jaar toch nog in de kerk de carnavalsmis kunnen doen, want ook al zit hij tegenwoordig niet iedere week vooraan in de kerk, het geloof blijft in onze Prins.

Tot slot had Prins Lodewijk nog een mooie onderscheiding voor diaken Fennema.

Max trekt aan de touwtjes

Uiteraard speelden we nog een carnavalsmedley en tijdens de uitreiking van de Heilige Communie speelden we nog eens ‘Brabantse land’, dit keer heeeel zachtjes, op speciaal verzoek van de diaken.

Na de zegen en wegzending speelde St. Remi het slotlied ‘Zak ‘ns lekker door’.

Normaal gesproken staat dirigent Peter Paul van Esch voor de harmonie, maar bij deze speciale gelegenheid trok Max aan de touwtjes.

Alaaf en groetjes,

F Hoorn